Bijlage 2: Schorsing en verwijdering

In het geval de directeur verwijdering van een leerling overweegt, is het nauwkeurig doorlopen van de verwijderingsprocedure van groot belang. Deze procedure is hieronder beschreven.
Bij verwijdering wordt onderscheid gemaakt tussen:

A. Verwijdering omdat de school niet kan voldoen aan de zorgbehoefte van de leerling. Het schoolbestuur houdt daarbij rekening met o.a. de volgende pedagogische en organisatorische factoren:
- groepsgrootte
- aantal leerlingen met extra zorg in een bepaalde groep
- effect op het onderwijs van de reeds aanwezige leerlingen
- deskundigheid personeel
- beschikbaarheid personeel
- mogelijkheid van begeleiding door de ouder
- benodigde middelen (waaronder kosten extra personeel)
- de gevergde aanpassing in de organisatie, de begeleiding en het onderwijs
- werkdruk

B. Verwijdering op andere gronden, zoals ernstig wangedrag van de leerling en/of de ouders.
Bijvoorbeeld: (herhaaldelijk) schoolverzuim, overtreding van de schoolregels, agressief gedrag, bedreiging, vandalisme of seksuele intimidatie.

Vóórdat tot verwijdering wordt overgegaan zorgt de directeur ervoor dat het dossier over de leerling is opgesteld. Dit dossier bevat in ieder geval:
- Informatie over de gronden van verwijdering.
- Verslag over andere maatregelen die zijn genomen om verwijdering te voorkomen (er zijn in ieder geval meerdere gesprekken gevoerd met de ouders).
- Verslagen van gesprekken waarop in ieder geval de datum, gesprekpartners en de inhoud van het gesprek zijn vermeld.
- De datum waarop de laatste waarschuwing is gegeven.
- Een onderwijskundig rapport over de leerling.

Voorgeschreven is, dat er eerst wordt besloten tot een voornemen tot verwijdering en dat er daarna een besluit tot verwijdering wordt genomen (zorg dat het wettelijk verplichte onderwijskundig rapport over de leerling is opgesteld: WPO artikel 42).
De directeur vraagt, voor tot verwijdering te besluiten, in ieder geval de mening van de betrokken groepsleerkracht, het team, de bovenschoolse directie, het schoolbestuur en de inspectie. Geeft dit geen aanleiding een laatste keer te proberen de situatie op te lossen, dan besluit de directeur formeel tot verwijdering en zet de verwijderingsprocedure in gang.
De directeur nodigt de ouders schriftelijk uit voor een gesprek waarin wordt gesproken over het voornemen van de school over te gaan tot verwijdering. Hij geeft de reden en het doel van het gesprek aan: waarom het belang van de ouders en de leerling moet wijken voor het belang van de school. Ook bespreekt hij de verdere procedure, zoals de mogelijkheid om na de schriftelijke mededeling en na een definitief besluit, daartegen bezwaren kenbaar te maken (In de vorm van een zienswijze of een bezwaarschrift. Er geldt een korte beslistermijn op bezwaar van 4 weken: WPO artikel 40 lid 6). Het gesprek dient om van de ouders te vernemen wat zij van de voorgenomen verwijdering vinden. De directeur maakt een verslag van het gesprek en geeft dit ook aan de ouders. Vormt het gesprek met de ouders geen aanleiding van het voornemen af te zien, dan bericht de directeur dit, schriftelijk en onderbouwd, aan de ouders en het personeel.

Gedurende acht weken vanaf het moment dat tot verwijdering is besloten, moet het schoolbestuur zoeken naar een andere school die bereid is de leerling toe te laten. Dit kan ook een bijzondere school zijn.

De school/het schoolbestuur moet “aantoonbaar” gezocht hebben wil verwijdering toelaatbaar zijn.
Alle zoekpogingen en contacten dienen daarom zorgvuldig en gemotiveerd geregistreerd te worden.
Het schoolbestuur moet alle scholen benaderen, die op een redelijke afstand van de eigen school liggen, ook buiten het eigen samenwerkingsverband. Het gaat om een inspanningsverplichting.
Indien in de acht weken:
géén school bereid is gevonden de leerling toe te laten of wel een school is gevonden, die de leerling wil toelaten, maar de ouders weigeren hun kind daar aan te melden én het schoolbestuur zich voldoende heeft ingespannen, kan het schoolbestuur definitief overgaan tot verwijdering.

Samenvattend:
1. Een leerling kan bij ernstig wangedrag dan wel bij herhaaldelijk overtreden van de voorschriften definitief van de school worden verwijderd, indien het belang van de leerling bij voortzetting van het onderwijs op de school niet opweegt tegen het belang van de school bij een ongestoord verloop van het onderwijsproces.
2. Indien de leerling nog leerplichtig is, worden zijn/haar ouders door de directeur uitgenodigd voor een gesprek, waarin wordt besproken over het voornemen om tot verwijdering over te gaan.
3. Indien het onder het tweede lid genoemde gesprek geen aanleiding vormt om van het voornemen tot verwijdering af te zien, worden de ouders van de leerling hiervan door de directeur in kennis gesteld met de verwijzing naar de inhoud van dit gesprek.
4. Als niet van het voornemen tot verwijdering wordt afgezien, zal de directeur in overleg treden met de inspectie en de leerplichtambtenaar, indien de leerling nog leerplichtig is. Dit overleg strekt er mede toe na te gaan op welke wijze de betrokken leerling nog onderwijs kan volgen.
5. Hangende het in het vierde lid genoemde overleg kan voor de leerling een time-out gecreëerd worden. Definitieve verwijdering van een leerplichtige leerling vindt niet plaats dan nadat het schoolbestuur gedurende 8 weken vanaf het moment dat tot verwijdering is besloten, zonder succes op zoek is geweest naar een andere school die bereid is de leerling op te nemen.
6. Het schoolbestuur kan een gedragsprotocol opstellen voor het verwijderen van leerlingen.

Conform het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht en het Inrichtingsbesluit WVO kunnen belanghebbenden bezwaar aantekenen tegen het besluit tot verwijdering.

Stichting Onderwijsgeschillen
Postbus 85191
3508 AD UTRECHT
Telefoon 030-2809590
e-mail: info@onderwijsgeschillen.nl
website: www.onderwijsgeschillen.nl